Johnson & Johnson schikt met New York over pijnstillercrisis

Farmaceut Johnson & Johnson heeft een schikking getroffen met de staat New York in een zaak over het aanwakkeren van de opioïde-crisis. Het bedrijf, verbonden aan het Nederlandse Janssen, betaalt 220 miljoen euro (263 miljoen dollar) aan de staat New York en twee districten in die staat.

Opioïden zijn zware, morfineachtige pijnstillers zoals oxycodon en tramadol, die in het verleden in de VS zeer gemakkelijk werden voorgeschreven. Het land kent daardoor miljoenen verslaafden. Ook is de sterfte door deze middelen hoog.

Met de schikking voorkomt Johnson & Johnson een rechtszaak over het aanjagen van de medicijnencrisis. In de schikking is overeengekomen dat J&J stopt met het verkopen van pijnstillers in de hele Verenigde Staten. Met de regeling erkent de farmaceut geen schuld voor de vele Amerikanen die verslaafd zijn geraakt.

J&J heeft nog een beroep lopen tegen de beslissing van een rechter in Oklahoma om die staat 465 miljoen dollar te betalen vanwege “onder valse voorwendselen aanprijzen van opioïde producten”.

Volgens de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC zijn tussen 1999 en 2019 bijna een half miljoen mensen aan een overdosis van deze pijnstillers gestorven.

Grote Amerikaanse farmaceuten en leveranciers van medicijnen, waaronder AmerisourceBergen, Cardinal Health Inc en McKesson, hebben voorgesteld om gezamenlijk 26 miljard dollar te besteden aan duizenden rechtsvorderingen die met de pijnstillercrisis samenhangen.

Dinsdag staan onder meer leveranciers van opioïden en andere farmaceuten, zoals AbbVie en Teva Pharmaceutical Industries, terecht in New York. Dat is een van de vele zaken die dit jaar op de rol staan.

Reacties